ECLI:NL:GHAMS:2011:BP7963
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toelating rogatoire commissie voor verhoor getuige in het buitenland in civiele procedure
In deze civiele procedure tussen Stichting De Stadhouder en Oberon Bouw B.V. heeft het hof een tussentijds arrest gewezen waarin het verzoek van De Stadhouder tot het uitgaan van een rogatoire commissie wordt behandeld. De Stadhouder wil een getuige in Miami, Verenigde Staten, horen die niet bereid is naar Nederland te komen.
Het hof acht het verzoek in beginsel toewijsbaar op grond van artikel 176 Rv Pro en het Haagse Bewijsverdrag van 1970, dat tussen Nederland en de Verenigde Staten van kracht is. Oberon betoogt dat het verhoor in het buitenland onevenredige kosten en vertraging met zich meebrengt, maar het hof oordeelt dat dit bezwaar onvoldoende is om het verzoek af te wijzen.
Het hof gelast een comparitie van partijen om praktische zaken rond het verhoor te bespreken, zoals de bevoegde autoriteit, schriftelijke vastlegging van vragen, vertalingen en kosten. De beslissing over de kosten wordt aangehouden. De comparitie is vastgesteld op 31 mei 2011 onder leiding van raadsheer-commissaris mr. J. Wortel.
Uitkomst: Het hof staat het verzoek tot het uitgaan van een rogatoire commissie toe en gelast een comparitie voor nadere bespreking.