ECLI:NL:GHAMS:2011:BP8482
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.J. Laurentius-Kooter
- L.M. Croes
- J.J. Makkink
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige zorgplichtschending bij effectenlease met restschuldproduct
In deze civiele zaak gaat het om vier effectenleaseovereenkomsten van het type “Het Levob Hefboom Effect” die Levob Bank N.V. met geïntimeerden heeft gesloten. Levob leende geld waarmee aandelen werden gekocht, waarbij aan het einde van de looptijd een restschuld kon ontstaan als de verkoopopbrengst onvoldoende was. Geïntimeerden betaalden gedurende vijf jaar rente en voldeden uiteindelijk een restschuld.
De rechtbank oordeelde dat Levob haar bijzondere zorgplicht had geschonden door niet duidelijk te waarschuwen voor het risico van restschuld en onvoldoende informatie in te winnen over de financiële situatie van geïntimeerden. Levob stelde dat deze zorgplicht bij de bemiddelaar Gelink lag, maar het hof verwierp dit. Ook stelde Levob dat de rentevergoeding geheel voor rekening van geïntimeerden moest blijven, maar het hof volgde de rechtbank hierin niet.
Het hof bevestigde dat de financiële verplichtingen uit de overeenkomsten, inclusief rente en restschuld, een onaanvaardbaar zware last vormden voor geïntimeerden, mede gelet op hun inkomens- en vermogenspositie. Levob werd veroordeeld tot schadevergoeding en betaling van proceskosten. Het hoger beroep werd verworpen en het vonnis van 15 april 2009 bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat Levob onrechtmatig heeft gehandeld en veroordeelt Levob tot schadevergoeding aan geïntimeerden.