Uitspraak
mr. A. van Heeste Amsterdam,
mr. R.F. Ruerste Utrecht.
1.Het geding in hoger beroep
2.Grieven
3.Feiten
4.Procespartijen
5.Beoordeling
- prof.dr.ir. D.J.J. Heederik, epidemioloog,
- dr.ir. R. Houba, arbeidshygiënist,
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een hoger beroep van Corus tegen vonnissen van de kantonrechter waarin Corus aansprakelijk werd gesteld voor de asbestblootstelling van [geïntimeerde] tijdens diens dienstverband van 1965 tot 1976, die heeft geleid tot de diagnose maligne mesothelioom en zijn overlijden in 2008.
[geïntimeerde] stelde dat hij tijdens zijn werkzaamheden aan hardingswalsen en spankranen langdurig en in relevante mate aan wit asbest was blootgesteld, wat de oorzaak was van zijn ziekte. Corus voerde verweer dat de blootstelling niet boven de gemiddelde milieublootstelling uitkwam en dat zij haar zorgplicht niet had geschonden, mede omdat het gevaar van wit asbest tot 1980 niet bekend was.
Het hof neemt de feiten van de kantonrechter over en wijst erop dat de bewijsopdracht inhoudt dat Corus tegenbewijs moet leveren tegen de stelling van relevante blootstelling. Corus heeft dit niet voldoende gedaan. Het hof wijst de stellingen over blootstelling aan andere asbestsoorten dan wit asbest af wegens onvoldoende onderbouwing.
Het hof formuleert vier kernvragen over de mate van blootstelling, de veiligheidsnormen, de bekendheid van Corus met de gevaren en de noodzaak van veiligheidsmaatregelen in de betreffende periode. Voor beantwoording hiervan beveelt het hof een deskundigenbericht aan van een epidemioloog en een arbeidshygiënist.
De zaak wordt aangehouden en verwezen naar een rolzitting voor nadere uitlatingen van partijen over de vraagstelling en het deskundigenrapport. Tevens wordt tussentijds cassatieberoep toegestaan.
Uitkomst: Het hof beveelt een deskundigenbericht aan en houdt de zaak aan voor nadere behandeling.