ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ1163
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- S.F. Schütz
- R.J.M. Smit
- J.W. Rutgers
- Rechtspraak.nl
Verjaring en bewijs van tenuitvoerlegging verstekvonnis in civiele procedure
In deze civiele procedure staat centraal de vraag of het recht tot tenuitvoerlegging van een verstekvonnis is verjaard. Het verstekvonnis dateert uit 1982 en betreft een hoofdelijk betalingsverplichting van [appellant] en Apollonia Charters Ltd. aan Bouwplan BV. Pegroam B.V. stelt dat zij de vordering van Bouwplan heeft verkregen door cessie en heeft sinds 2002 executoriaal derdenbeslag gelegd.
[Appellant] betwist de rechtsgeldigheid van de cessie en de stuiting van de verjaring door een brief van 11 september 2003, gericht aan de advocaat van Nemaco, waarvan [appellant] bestuurder was. Het hof oordeelt dat de ontvangst van deze brief niet eerder is erkend en dat het enkele feit dat er in eerdere procedures niet op de ontvangst is gereageerd, onvoldoende is om afstand te doen van het recht de ontvangst te betwisten.
Het hof draagt Pegroam op om de ontvangst van de brief te bewijzen, onder meer door het horen van getuigen. Tevens wijst het hof erop dat het beroep van [appellant] op verrekening met een schadevordering faalt wegens onvoldoende onderbouwing. De overige grieven van [appellant] worden ongegrond verklaard of onbesproken gelaten. Het hof houdt verdere beslissing aan totdat het bewijs is geleverd.
Uitkomst: Het hof draagt Pegroam op de ontvangst van de brief die de verjaring zou stuiten te bewijzen en houdt verdere beslissing aan.