ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ1737
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- J.C.W. Rang
- G.C.C. Lewin
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis afwijzing schadevergoeding wegens onvoldoende voorlichting UvA over mastergraad MIF-opleiding
In deze civiele zaak vordert appellant schadevergoeding van de Universiteit van Amsterdam (UvA) wegens onvoldoende voorlichting over de wettelijke erkenning van de mastergraad verbonden aan de MIF-opleiding. Het hof bevestigt het eerdere vonnis dat de UvA onrechtmatig heeft gehandeld, maar stelt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij anders zou hebben gehandeld als hij volledig was geïnformeerd.
Appellant stelt dat hij bij juiste voorlichting niet voor de MIF-opleiding zou hebben gekozen, maar direct een wettelijk erkende master in Londen had gevolgd, wat zijn arbeidsmarktperspectief zou verbeteren en kosten zou besparen. De UvA betwist dit en voert aan dat appellant ook bij juiste voorlichting voor een vergelijkbare opleiding had gekozen en uiteindelijk toch een juridische master behaalde.
Het hof oordeelt dat appellant onvoldoende bijzondere omstandigheden heeft gesteld die maken dat het ontbreken van wettelijke erkenning voor hem een reëel bezwaar was. Ook blijkt uit zijn eigen gedragingen en eerdere opleidingen dat hij een internationale oriëntatie had en de opleidingen complementair waren. Daarom wordt de vordering tot schadevergoeding terecht afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de schadevergoeding wegens onvoldoende voorlichting door de UvA wordt afgewezen.