ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ2738
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Polak
- G.B.C.M. van der Reep
- J.W. Hoekzema
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst woonruimte wegens vermeende tekortkomingen niet gerechtvaardigd
De stichting Ymere huurde een 4-kamerwoning aan een huurder sinds 1998. Ymere vorderde ontbinding van de huurovereenkomst wegens vermeende overbewoning, niet-hoofdverblijf, verboden onderverhuur, drugshandel vanuit de woning en het plaatsen van een extra wand.
De kantonrechter oordeelde dat de aangevoerde feiten onvoldoende waren om tot ontbinding over te gaan. Het hof bevestigde dit oordeel en benadrukte dat Ymere onvoldoende heeft toegelicht welke rol de huurder heeft gespeeld bij de vermeende overbewoning en dat de woning niet geschikt is voor vijf personen vanwege technische gebreken, wat niet aan de huurder kan worden toegerekend.
Verder oordeelde het hof dat de periodes van verblijf van de huurder in het buitenland niet leiden tot het verplaatsen van het hoofdverblijf. Ook was er geen bewijs van verboden onderhuur. De drugshandel door de dochter van de huurder leverde onvoldoende grond voor ontbinding op, mede omdat de handel was gestaakt en er geen recente overlast was. De door Ymere aangevoerde grieven faalden, waarna het hof het vonnis van de kantonrechter bekrachtigde en Ymere veroordeelde in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst af.