ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ2970
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor doodslag na steken slachtoffer zonder voorbedachte rade
Op 31 januari 2009 bracht verdachte het slachtoffer, de nieuwe partner van zijn ex-vriendin, dodelijke snij- en steekwonden toe in hals en nek. Het hof oordeelt dat moord niet bewezen kan worden vanwege het ontbreken van kalm beraad en rustig overleg, waardoor sprake is van doodslag. De verklaring van een getuige wordt als betrouwbaar beoordeeld en ondersteund door telefoongegevens en andere bewijsmiddelen.
De verdediging stelde een alternatief scenario voor waarbij een derde betrokken zou zijn, maar dit werd door het hof niet aannemelijk geacht. De verdachte werd vrijgesproken van moord, maar veroordeeld voor doodslag tot een gevangenisstraf van vijftien jaar, met aftrek van voorarrest. De schadevergoeding aan de benadeelde partij werd deels toegewezen, met een totaalbedrag van €9.846,92 plus wettelijke rente.
De vorderingen van een andere benadeelde partij werden niet-ontvankelijk verklaard omdat deze niet tot de voegingsgerechtigden behoorde. Het hof legde tevens een betalingsverplichting op aan de verdachte ten behoeve van de benadeelde partij en bepaalde een hechtenis van 84 dagen als dwangmiddel bij niet-betaling. Het arrest werd uitgesproken door de derde meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 28 april 2011.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf voor doodslag, vrijspraak moord wegens onvoldoende bewijs van voorbedachte rade.