ECLI:NL:HR:2012:BX6900

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/02325
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie

De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin een gevangenisstraf van vijftien jaar was opgelegd. De verdachte was ten tijde van de aanzegging gedetineerd in een penitentiaire inrichting. Het cassatieberoep werd ingesteld door de verdachte, bijgestaan door mr. G. Spong.

De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de strafduur, met vermindering van de straf. De Hoge Raad oordeelde dat het eerste middel niet tot cassatie kon leiden en dat het tweede middel gegrond was omdat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro in de cassatiefase was overschreden.

De overschrijding van meer dan zestien maanden na het instellen van het cassatieberoep, terwijl de verdachte in voorlopige hechtenis verbleef, leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vijftien jaar tot veertien jaar en zeven maanden. Voor het overige werd het beroep verworpen en bleef het arrest in stand.

De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor de strafduur en sprak het arrest uit op 23 oktober 2012, waarbij de raadsheren Groos, Buruma en Jörg het vonnis tekenden.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot veertien jaar en zeven maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.

Uitspraak

23 oktober 2012
Strafkamer
nr. S 11/02325
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 28 april 2011, nummer 23/005810-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Veenhuizen, locatie Norgerhaven" te Veenhuizen.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de opgelegde straf, tot vermindering daarvan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beoordeling van het tweede middel
3.1. Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2. Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad in deze zaak waarin de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt, uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde straf van vijftien jaren.
4. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze veertien jaren en zeven maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer W.F. Groos als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 23 oktober 2012.