ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ4751
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- C.A. Joustra
- A.R. Sturhoofd
- Rechtspraak.nl
Bevestiging testamentaire uitleg en afwijzing beroep op wilsrechten in erfrechtelijke procedure
In deze erfrechtelijke procedure staat de uitleg van het testament van de overleden erflater centraal, die in tweede huwelijk was getrouwd met [X] en uit het eerste huwelijk drie kinderen, [Y] c.s., heeft. Het testament bepaalt dat de nalatenschap volgens de wettelijke erfopvolging wordt verdeeld, waarbij de echtgenote alle goederen verkrijgt en de kinderen een geldvordering op haar hebben.
[X] vordert in hoger beroep dat het hof verklaart dat de wilsrechten uit de artikelen 4:21 en 4:22 BW niet van toepassing zijn, en subsidiair een verbod op de uitoefening daarvan door [Y] c.s. wegens onaanvaardbaarheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Het hof oordeelt dat het testament niet anders kan worden uitgelegd dan volgens de wettelijke regels en dat de vermeende uitsluiting van de wilsrechten een schrijffout betreft die niet kan worden hersteld.
De rechtbank had de vorderingen van [X] afgewezen en het hof bekrachtigt dit oordeel. Het hof wijst ook het beroep op redelijkheid en billijkheid af, omdat de omstandigheden onvoldoende zijn om de uitoefening van de wilsrechten te verbieden. [X] wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en wijst de vorderingen van [X] af, met veroordeling in proceskosten.