ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ4863
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over toepassing nultarief en teruggaaf bij carrouselfraude in omzetbelasting
Belanghebbende, een vennootschap onder firma actief in import en export, werd geconfronteerd met naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen wegens vermeende carrouselfraude in de omzetbelasting over 1999 en 2000. De inspecteur stelde dat het nultarief en teruggaaf niet van toepassing waren omdat fraude had plaatsgevonden in Italië, waardoor de leveringen niet aan de voorwaarden voldeden.
De rechtbank had de beroepen van belanghebbende gegrond verklaard en de naheffingsaanslagen verminderd. Het geschil spitste zich in hoger beroep toe op de vraag of de aanwezigheid van carrouselfraude toepassing van het nultarief en teruggaaf op grond van artikel 30 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968 in de weg staat.
Het Hof overwoog dat alle relevante verwervingen in Italië waren belast en dat de Italiaanse fiscus de aftrek had geweigerd wegens fraude, die uitsluitend in Italië had plaatsgevonden. Belanghebbende had steeds juiste informatie verstrekt en geen verkeerde voorstelling gegeven. Het Hof oordeelde dat onder deze omstandigheden geen afwijking van de normale BTW-heffing bij belanghebbende gerechtvaardigd is.
Hoewel de inspecteur stelde dat meervoudige heffing zonder aftrek een ontmoedigingsmaatregel is, vond het Hof dat dergelijke heffingen neerkomen op boetes waarvoor geen wettelijke basis bestaat. Het Hof vernietigde de uitspraken op bezwaar, naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het Hof vernietigt naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen en bevestigt het recht van belanghebbende op toepassing van het nultarief en teruggaaf ondanks fraude in Italië.