ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ5231
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- J.P. Fokker
- I.A. Katz-Soeterboek
- M.F.J.N. van Osch
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt registratieplicht prostituees in Utrecht en wijst beroep Wegra af
Wegra Utrecht B.V., exploitant van seksinrichtingen, verzet zich tegen de registratieplicht voor prostituees zoals opgenomen in artikel 3:16 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 2010 van de gemeente Utrecht. Wegra vordert in kort geding de buitenwerkingstelling of onverbindendverklaring van dit artikel en het vierde lid daarvan, stellende dat de gemeente onrechtmatig handelt en dat de verordening op onjuiste feiten is gebaseerd.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen af, waarna Wegra in hoger beroep ging met twaalf grieven. Het hof oordeelt dat de gemeente Utrecht binnen haar bevoegdheid heeft gehandeld en dat er voldoende aannemelijk is gemaakt dat mensenhandel in Utrecht voorkomt, wat de invoering van de registratieplicht rechtvaardigt. Het hof wijst de grieven af, behalve een gedeeltelijke toewijzing van grief 9 over de overgangsperiode, die echter niet leidt tot vernietiging van het vonnis.
Het hof bevestigt dat de registratieplicht niet onmiskenbaar onverbindend is en dat de belangenafweging door de gemeenteraad niet onredelijk was. Wegra wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Hiermee blijft de registratieplicht van kracht, gericht op het verbeteren van toezicht en bestrijding van misstanden in de prostitutiesector.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst het hoger beroep van Wegra af, waarmee de registratieplicht voor prostituees in Utrecht blijft gelden.