ECLI:NL:RBUTR:2011:BP0491
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering buitenwerkingstelling registratieplicht prostituees in Utrecht
Wegra Utrecht B.V., exploitant van seksinrichtingen, vordert in kort geding de buitenwerkingstelling van artikel 3:16 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 2010 van de gemeente Utrecht, dat een registratieplicht voor prostituees in raamprostitutiebedrijven voorschrijft. Wegra stelt dat de registratieplicht onrechtmatig is wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, motiveringsbeginsel, verbod van willekeur en evenredigheidsbeginsel. Zij betwist de onderbouwing van de gemeente omtrent mensenhandel en de effectiviteit van de registratieplicht.
De gemeente Utrecht verdedigt de regeling als een redelijke maatregel ter bestrijding van mensenhandel en ter bescherming van prostituees en het algemeen belang. De rechter overweegt dat de toetsing in kort geding terughoudend is en dat het aan de gemeenteraad is om belangen af te wegen. Wegra heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de registratieplicht niet bijdraagt aan de gestelde doelen of dat deze uitsluitend negatieve effecten heeft, zoals het verdrijven van prostituees naar andere gemeenten of de illegaliteit.
Ook de subsidiaire vordering gericht op het vierde lid van artikel 3:16, dat een registratietermijn van maximaal twee weken bepaalt, wordt afgewezen. De gemeente heeft toegezegd dat prostituees vanaf het moment van afspraak voor registratie gewoon kunnen blijven werken, waardoor schade door de wachttijd niet aannemelijk is. Wegra wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis bevestigt dat de registratieplicht niet onmiskenbaar onverbindend is en derhalve gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en bevestigt de geldigheid van de registratieplicht voor prostituees in Utrecht.