ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ5608
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt rechtmatigheid beslaglegging door gerechtsdeurwaarders ondanks BTW-discussie
Klaagster stelde dat gerechtsdeurwaarders onrechtmatig beslag hadden gelegd op haar bankrekening, omdat volgens haar de maatschap Den Hartigh de koper was van de knolselderij en de BTW nog niet was voldaan. De gerechtsdeurwaarders hadden volgens haar moeten weigeren beslag te leggen vanwege het ontbreken van een juiste BTW-factuur en de omvang van het beslag.
De gerechtsdeurwaarders stelden dat zij enkel uitvoerden wat hen was opgedragen en dat de discussie over de BTW een zaak was tussen de maatschap Van der Wel en de gedaagden. Zij wezen klaagster op de mogelijkheid van een executiegeschil.
Het hof oordeelde dat de gerechtsdeurwaarders terecht handelden door beslag te leggen, omdat aan de veroordeling in het kortgedingvonnis niet was voldaan en de vaststellingsovereenkomst niet volledig was nagekomen. Het was niet aan de gerechtsdeurwaarders om de BTW-vraag te beoordelen. Het hof vernietigde de eerdere beslissing die de klacht gegrond had verklaard en verklaarde de klacht ongegrond.
Uitkomst: Het hof verklaart de klacht van klaagster ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van het beslag door de gerechtsdeurwaarders.