ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ5612
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.D.R.M. Boumans
- M.W.E. Koopmann
- L.J. Saarloos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen beslissing kamer gerechtsdeurwaarders wegens verzettermijnoverschrijding
Klager diende een klacht in bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders tegen een gerechtsdeurwaarder. De voorzitter van de kamer wees de klacht bij beschikking van 15 juni 2010 als kennelijk ongegrond af. Klager stelde vervolgens verzet in tegen deze beslissing, maar deed dit één dag te laat. De kamer verklaarde het verzet daarom niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de verzettermijn.
Klager stelde hoger beroep in tegen deze beslissing van de kamer. Het hof heeft het hoger beroep behandeld, maar oordeelde dat op grond van artikel 39 lid 4 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet tegen de beslissing van de kamer op het verzet geen rechtsmiddel openstaat. Hoewel een brief van de kamer ten onrechte vermeldde dat hoger beroep mogelijk was, kon dit geen afwijking van het rechtsmiddelenverbod rechtvaardigen.
Het hof verklaarde daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk. Klager en de gerechtsdeurwaarder waren niet verschenen bij de zitting. De beslissing werd uitgesproken op 10 mei 2011 door de rolraadsheer namens het hof.
Uitkomst: Het hof verklaart klager niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens het rechtsmiddelenverbod tegen de beslissing van de kamer op het verzet.