ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ5682
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gemeenteraadslid moet onrechtmatige vergoedingen terugbetalen aan fractieondersteuningsstichting
In deze zaak stond centraal of een gemeenteraadslid van de gemeente Amsterdam onrechtmatige vergoedingen, toegekend door de Stichting Bestuursassistentie CDA, moest terugbetalen. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank Haarlem dat de besluiten tot het toekennen van forfaitaire vergoedingen aan fractieleden in strijd waren met artikel 99 van Pro de Gemeentewet en derhalve nietig.
De Stichting had de vergoedingen gefinancierd met gemeentelijke bijdragen op grond van de Verordening op de fractieondersteuning, maar het hof oordeelde dat deze middelen toch als ten laste van de gemeente moesten worden beschouwd. Het argument dat de vergoedingen niet rechtstreeks van de gemeente kwamen, werd verworpen. Ook het onderscheid tussen kosten gemaakt uit hoofde van het raadslidmaatschap en fractielidmaatschap werd niet erkend.
Het hof stelde vast dat de vergoedingen vanwege hun forfaitaire karakter als geldelijke vergoedingen in de zin van artikel 99 Gemeentewet Pro kwalificeren en dat het verbod op dergelijke vergoedingen strikt moet worden uitgelegd. De vordering tot terugbetaling was niet verjaard omdat de stuitingsbrief van de Stichting de verjaring had onderbroken. De wettelijke rente over het terug te betalen bedrag werd eveneens toegewezen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde het gemeenteraadslid in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de forfaitaire vergoedingen onrechtmatig en nietig zijn en veroordeelt het gemeenteraadslid tot terugbetaling met rente.