ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ8053
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- E.B. Knottnerus
- W. Duitemeijer
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt recht op volledige WAO-excedent uitkering ondanks afbouw door werkgever
Appellant, sinds 2004 volledig arbeidsongeschikt, ontvangt een WAO-uitkering opgebouwd uit drie componenten, waaronder de WAO-excedent uitkering zoals geregeld in de personeelsgids van ASR. ASR heeft vanaf 1 juli 2010 deze excedentuitkering afgebouwd, wat appellant aanvocht via een kort geding en hoger beroep. De kantonrechter wees de vordering af, maar het hof vernietigde dit vonnis.
Het hof oordeelt dat ASR tekort is geschoten door geen WAO-excedentverzekering af te sluiten en de uitkering uit eigen middelen betaalde. De afbouw van de uitkering is niet gerechtvaardigd op grond van artikel 7:611 BW Pro (goed werkgeverschap) of artikel 6:248 lid 2 BW Pro (redelijkheid en billijkheid). Argumenten van ASR zoals gewijzigde economische omstandigheden en loonverschillen met collega’s worden verworpen.
Het hof stelt dat appellant een spoedeisend belang heeft bij de vordering, gezien de aanzienlijke inkomensdaling. Het beroep van ASR op strijd met de goede procesorde faalt. Het hof veroordeelt ASR tot betaling van de volledige WAO-excedent uitkering vanaf 1 juli 2010, vermeerderd met een gematigde wettelijke rente van 15%, en in de proceskosten. Het incidenteel hoger beroep van ASR wordt verworpen.
Uitkomst: ASR is veroordeeld tot ongewijzigde betaling van de WAO-excedent uitkering vanaf 1 juli 2010 met wettelijke rente en proceskosten.