ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ8653
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gezag van gewijsde in effectenslease geschil tussen lessee en Dexia
In deze zaak vordert de appellant, lessee in een effectenslease-overeenkomst, dat het hof verklaart dat Dexia jegens hem toerekenbaar is tekortgeschoten, haar precontractuele zorgplicht heeft geschonden en/of onrechtmatig heeft gehandeld. Dit na een eerdere uitspraak van de kantonrechter waarin de appellant werd veroordeeld tot betaling van de hoofdsom en contractuele vertragingsrente, en waarin de verschuldigdheid van de hoofdsom door de appellant werd erkend.
Dexia beroept zich terecht op het gezag van gewijsde van deze eerdere uitspraak. Het hof oordeelt dat de rechtsbetrekking tussen partijen, inclusief de precontractuele fase en bijzondere zorgplicht, door de eerdere uitspraak is beslecht. De stelling van de appellant dat een restschuld van € 483,14 nog niet is opgeëist, doet hieraan niet af.
Het hoger beroep faalt, het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt de appellant in de proceskosten. Hiermee wordt bevestigd dat de vorderingen van de appellant niet ontvankelijk zijn wegens het gezag van gewijsde.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter waarbij de appellant werd veroordeeld tot betaling en Dexia terecht een beroep deed op het gezag van gewijsde.