ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ9594
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffingsrente aanslag inkomstenbelasting 2003 ondanks bezwaar belanghebbende
Belanghebbende deed aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2003 met een negatief inkomen uit werk en woning. De inspecteur verzocht herhaaldelijk om aanvullende informatie over terugbetaalde inkomsten en studiekosten. Belanghebbende leverde niet alle gevraagde gegevens aan, waarna de inspecteur de aangifte ter behoud van rechten afwees en een aanslag oplegde inclusief heffingsrente.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de heffingsrente, deels gegrond verklaard door vermindering van de rente. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de beschikking heffingsrente ongegrond. In hoger beroep betoogde belanghebbende dat de inspecteur onzorgvuldig had gehandeld door meerdere malen om reeds verstrekte stukken te vragen, en dat daarom minder of geen heffingsrente verschuldigd zou zijn.
Het Hof oordeelde dat de inspecteur rechtmatig handelde binnen de wettelijke termijnen en dat het herhaaldelijk verzoek om informatie niet onzorgvuldig was. Het bedrijfsplan van de Belastingdienst is een streven en geen toezegging, zodat het vertrouwensbeginsel niet is geschonden. Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad. De beslissing werd op 23 juni 2011 in het openbaar uitgesproken door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt afgewezen en de heffingsrente blijft onverminderd van kracht.