ECLI:NL:GHAMS:2011:BR0739
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Jurgens
- J. den Boer
- M.F.J.M. de Werd
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig bewijs opzettelijk verstrekken onjuiste belastinginformatie
Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep het vonnis van de rechtbank Amsterdam vernietigd en de verdachte vrijgesproken van het opzettelijk verstrekken van onjuiste inlichtingen aan de belastingdienst en het opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift. Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat de verdachte opzettelijk onjuiste informatie had verstrekt of valselijk opgemaakte documenten had gebruikt.
De zaak betrof een fiscale kwestie rondom een bedrag van circa 8,5 miljoen gulden dat door een bank aan een medeverdachte was betaald en fiscaal als ontslagvergoeding dan wel bonus werd gekwalificeerd. De verdachte, als belastingadviseur, had namens de medeverdachte een brief en een beëindigingsovereenkomst aan de belastingdienst verstrekt. Het hof stelde vast dat er geen concrete informatieplicht bestond en dat de brief en overeenkomst niet de vereiste bewijsbestemming hadden om valsheid te bewijzen.
Het hof verwierp ook het verweer dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard wegens ongelijke behandeling, omdat de vervolgingsbeslissing binnen de marges van het opportuniteitsbeginsel viel. De verdachte werd dus vrijgesproken, terwijl het openbaar ministerie deels niet-ontvankelijk werd verklaard voor het gebruik en afleveren van de geschriften.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor opzettelijk verstrekken van onjuiste inlichtingen en gebruik van vals geschrift.