ECLI:NL:GHAMS:2011:BR1725
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- B.M. Mens
- A.E.F. Hillen
- R. Krijger
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vader in hoger beroep tegen verlenging ondertoezichtstelling
De vader was gehuwd met de moeder en gezamenlijk belast met het gezag over hun drie minderjarige kinderen. De kinderen verbleven bij de vader, terwijl de moeder een omgangsregeling had. De stichting Bureau Jeugdzorg was benoemd tot gezinsvoogd en had de ondertoezichtstelling van de kinderen meerdere malen verlengd.
De vader stelde beroep in tegen de beschikking van de kinderrechter tot verlenging van de ondertoezichtstelling. Dit beroep werd echter te laat ingediend. De vader voerde aan dat de griffie van de rechtbank de beschikking en het verzoekschrift naar zijn oude adres had gestuurd, waardoor artikel 806 lid 1 onder Pro b Rv van toepassing zou zijn en de beroepstermijn later zou ingaan. Ook stelde hij dat de beschikking alleen rechtsgeldig per aangetekende brief kon worden verzonden.
Het hof oordeelde dat de vader de beschikking wel tijdig had ontvangen, ondanks de verzending naar het oude adres, en dat artikel 806 lid 1 onder Pro a Rv van toepassing was. De vader had de brief ruim binnen de beroepstermijn ontvangen en had dus tijdig beroep moeten instellen. De stelling dat verzending alleen per aangetekende brief rechtsgeldig kan plaatsvinden, werd verworpen omdat de rechter anders had bepaald. Het hof verklaarde de vader niet-ontvankelijk in zijn beroep en wees verdere verzoeken af.
Uitkomst: Het hof verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep wegens te late indiening.