ECLI:NL:HR:2003:AN8489
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid hoger beroep bij late kennisgeving beschikking in ouderlijk gezag zaak
In deze zaak heeft de Raad voor de Kinderbescherming bij de rechtbank verzocht om de moeder te ontheffen van het ouderlijk gezag over haar minderjarige zoon en een stichting tot voogd te benoemen. De rechtbank heeft dit verzoek toegewezen en de moeder veroordeeld om rekening en verantwoording af te leggen over het vermogen van de minderjarige. De moeder stelde hiertegen hoger beroep in, maar het hof verklaarde haar niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift na het verstrijken van de beroepstermijn was ingediend.
De moeder stelde dat zij niet tijdig wist van de uitspraak omdat de griffie de beschikking pas na afloop van de beroepstermijn aan haar had verstrekt. De Hoge Raad overweegt dat in het belang van een goede rechtspleging strikt aan beroepstermijnen moet worden gehouden, maar dat een uitzondering geldt als de partij door een fout of verzuim van de griffie niet tijdig wist of redelijkerwijs kon weten van de beschikking.
De Hoge Raad stelt vast dat de beschikking van de rechtbank van 16 november 2001 pas op 17 januari 2002 aan de moeder is verstrekt, wat te laat was. Hierdoor is de beroepstermijn met veertien dagen verlengd en is de moeder ontvankelijk in haar hoger beroep. De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking van het hof die haar niet-ontvankelijk had verklaard en verwijst de zaak naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de moeder ontvankelijk in haar hoger beroep en verwijst de zaak naar het hof Amsterdam.