ECLI:NL:GHAMS:2011:BR1739
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bockwinkel
- M.P. van Achterberg
- A.S. Arnold
- Rechtspraak.nl
Vaststellingsovereenkomst en vergoeding bij beëindiging agentuurrelatie na dringende reden
In deze zaak staat de beëindiging van een langdurige agentuurrelatie tussen appellant en DS centraal. Het hof bevestigt dat DS een dringende reden heeft gegeven voor onmiddellijke beëindiging van de overeenkomst en dat DS daardoor schadeplichtig is jegens appellant.
Appellant vordert betaling van achterstallige provisie over 2004 en het begin van 2005, een schadeloosstelling voor de periode dat de agentuur bij reguliere beëindiging zou hebben voortgeduurd, en een klantenvergoeding voor door hem geworven of uitgebreid klantenbestand. Het hof oordeelt dat de achterstallige provisie van € 1.104.579,35 toewijsbaar is, mede gelet op een vaststellingsovereenkomst waarin omzetbedragen over de periode 1 januari tot 21 maart 2005 zijn overeengekomen.
De schadeloosstelling wordt naar billijkheid vastgesteld op € 60.000, aanzienlijk lager dan door appellant berekend, vanwege de tijdelijke aard van een omzetpiek in begin 2005. De klantenvergoeding wordt verminderd tot € 250.000, ondanks het ontbreken van een concurrentiebeding, vanwege de lange relatie en bewezen toegevoegde waarde van appellant. DS wordt veroordeeld tot betaling van deze bedragen met wettelijke rente en in de proceskosten. Het hof wijst overige vorderingen af.
Uitkomst: DS wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige provisie, schadeloosstelling en klantenvergoeding aan appellant met rente en proceskosten.