ECLI:NL:GHAMS:2011:BR1929
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.C.W. Rang
- E.J.H. Schrage
- D.J. Oranje
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rentepercentage lening na keuze formule, geen recht op latere DNB-interventie
Stichting Wonen en het Pensioenfonds sloten in 1988 een leningsovereenkomst waarbij na tien jaar het rentepercentage opnieuw zou worden vastgesteld. De overeenkomst bood twee alternatieven: een rentepercentage berekend volgens een formule of vaststelling door De Nederlandsche Bank (DNB).
Stichting Wonen stemde in 2000 in met een rentepercentage van 5,7% berekend volgens de formule. Later verzocht zij DNB alsnog een lager passend rentepercentage vast te stellen, wat DNB in 2006 deed met 5,1%. Het Pensioenfonds weigerde dit te accepteren.
Het hof oordeelt dat Stichting Wonen door haar keuze voor de formule gebonden is aan het rentepercentage van 5,7% en niet later alsnog DNB kan inschakelen. Het beroep op dwaling wordt verworpen omdat onzekerheid over het passende rentepercentage inherent was aan de overeenkomst en Stichting Wonen zich niet tijdig op DNB had beroepen.
De grieven van Stichting Wonen worden afgewezen, het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd en Stichting Wonen wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat Stichting Wonen gebonden is aan het rentepercentage van 5,7% en geen recht heeft op latere vaststelling door DNB.