ECLI:NL:GHAMS:2011:BR2136
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.C. Toorman
- W.J. Noordhuizen
- G.C.C. Lewin
- Rechtspraak.nl
Beoordeling erfdienstbaarheid van uitzicht en bouwrecht op perceel
In deze civiele zaak staat de erfdienstbaarheid van uitzicht centraal die is gevestigd bij notariële akte van 1 mei 1886. Appellanten zijn eigenaren van een perceel met daarop een woonhuis en wensen bebouwing uit te voeren waarvoor een bouwvergunning is verleend. Geïntimeerden zijn eigenaren van het nabijgelegen landgoed dat belast is met de erfdienstbaarheid.
Appellanten vorderen onder meer dat de erfdienstbaarheid niet langer geldt of gewijzigd wordt, en dat hun bebouwingsplannen niet in strijd zijn met de erfdienstbaarheid. De rechtbank wees deze vorderingen af, waarna hoger beroep werd ingesteld. Het hof oordeelt dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat de rechthebbenden afstand hebben gedaan van het recht, ook niet door langdurige beplanting die het uitzicht belemmerde.
Het hof benoemt een deskundige om te onderzoeken of en in hoeverre in de periode 1949-2009 zicht vanuit het herenhuis op het perceel bestond. Tevens wordt geoordeeld dat bebouwing die niet zichtbaar is vanwege andere obstakels toch de erfdienstbaarheid kan schenden. De vordering tot wijziging wegens strijd met het algemeen belang wordt afgewezen omdat geen significant algemeen belang is aangetoond. De zaak wordt verwezen voor nadere behandeling na deskundigenbericht.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en verwijst de zaak voor deskundigenonderzoek en nadere behandeling.