ECLI:NL:GHAMS:2011:BR2357
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.A. Boersma
- A.P.M. van Rijn
- J.P. Kruimel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake begraafplaatsrechten 2006
Belanghebbenden, de erven van [X], maakten bezwaar tegen aanslagen begraafplaatsrechten opgelegd door de gemeente Enkhuizen over meerdere jaren. Voor 2002 was geen aanslag opgelegd, voor de jaren 2003 tot en met 2005 en 2007 werden aanslagen opgelegd waartegen geen bezwaar was gemaakt. Voor 2006 werd een aanslag van €58 opgelegd, waartegen wel bezwaar was gemaakt, maar waarover de heffingsambtenaar nog geen uitspraak had gedaan.
De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en de uitspraak van 22 oktober 2007 vernietigd, met de opdracht aan de heffingsambtenaar om opnieuw uitspraak te doen. Het Hof oordeelt echter dat belanghebbenden redelijkerwijs niet konden menen dat er een uitspraak op bezwaar was gedaan ten aanzien van hen, mede omdat het beroep niet gericht was tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar.
Daarom verklaart het Hof het beroep voor 2006 niet-ontvankelijk en vernietigt het de uitspraak van de rechtbank, behoudens de beslissing over proceskosten. Tevens wordt bepaald dat de heffingsambtenaar het griffierecht van €110 aan belanghebbenden vergoedt. De uitspraak is gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 26 mei 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard voor de aanslag begraafplaatsrechten 2006 en de uitspraak van de rechtbank is vernietigd behoudens proceskosten.