ECLI:NL:GHAMS:2011:BR4200
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beroepsaansprakelijkheid psychiater wegens langdurig seksueel misbruik en schadevergoeding
In deze zaak staat de beroepsaansprakelijkheid van een psychiater centraal die gedurende bijna 14 jaar zijn patiënte seksueel heeft misbruikt tijdens een behandeling voor dissociatieve identiteitsstoornis en incestproblematiek. De behandeling omvatte seksueel grensoverschrijdende handelingen, waaronder aanrakingen van intieme lichaamsdelen, die door het Regionaal Medisch Tuchtcollege als onrechtmatig zijn beoordeeld.
De rechtbank Utrecht kende in eerste aanleg een schadevergoeding toe van €62.000, maar het hof vernietigde dit deels en stelde de vergoeding vast op €89.835, bestaande uit materiële schade (therapiekosten en reiskosten) en een immateriële schadevergoeding (smartengeld). Het hof oordeelde dat de vordering niet was verjaard omdat de patiënte door de behandelrelatie en het verbod om over de seksuele handelingen te spreken, niet eerder in staat was haar rechten te doen gelden.
Het hof verwierp de stellingen van de psychiater dat zijn behandelwijze gangbaar was en dat hij handelde binnen de beroepscode. Ook stelde het hof vast dat het onrechtmatige handelen hem moet worden toegerekend. De hoogte van het smartengeld werd gemotiveerd door de uitzonderlijk lange duur en ernst van het misbruik, de machtspositie van de psychiater en het gebrek aan inzicht in zijn handelen. De wettelijke rente werd vastgesteld vanaf 1 oktober 1998, halverwege de periode van misbruik.
Uitkomst: Psychiater aansprakelijk voor langdurig seksueel misbruik en veroordeeld tot betaling van €89.835 schadevergoeding met wettelijke rente vanaf 1 oktober 1998.