ECLI:NL:GHAMS:2011:BR4354
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens niet-tijdige betaling griffierecht zonder ontslag van instantie
Appellanten zijn in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam. Bij de roladministratie werd vastgesteld dat het griffierecht niet tijdig was ontvangen, waardoor de zaak dreigde te worden ontslagen van de instantie volgens artikel 127a lid 2 Rv.
Op 23 mei 2011 is telefonisch contact geweest tussen de griffiemedewerkster en de secretaresse van de advocaat van appellanten, waarbij werd medegedeeld dat betaling die dag zou voldoen. Het griffierecht is op 25 mei 2011 bijgeschreven.
Het hof acht aannemelijk dat appellanten voorafgaand aan het telefoongesprek een betalingsopdracht hadden gegeven en dat zij uit de mededeling van de griffiemedewerkster mochten afleiden dat het hof geen toepassing zou geven aan artikel 127a lid 2 Rv. Toepassing van dat artikel zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Daarom laat het hof artikel 127a lid 2 Rv buiten toepassing en verwijst de zaak naar de rol van 19 juli 2011 voor memorie van grieven.
Uitkomst: Het hof laat artikel 127a lid 2 Rv buiten toepassing en verwijst de zaak voor memorie van grieven.