ECLI:NL:GHAMS:2011:BR4681
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.P.M. van Rijn
- J.P.A. Boersma
- J.P. Kruimel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardebepaling WOZ en gebruikersbelasting onroerende zaken na vaststelling SPVE
Het geschil betreft de vaststelling van de WOZ-waarde van twee onroerende zaken, [A-straat 1] en [A-straat 1A], op de waardepeildatum 1 januari 2007 voor het kalenderjaar 2008. De gemeente had de waarde vastgesteld op basis van een verkoopprijs uit januari 2008, waarbij rekening werd gehouden met het Functioneel Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPVE) dat op 5 juli 2007 door de gemeenteraad was vastgesteld. Belanghebbende betwistte deze waardebepaling en de heffing van gebruikersbelasting vanwege gedeeltelijke leegstand.
De rechtbank oordeelde dat het SPVE een bijzondere omstandigheid is die de waardebepaling naar de toestand per 1 januari 2008 rechtvaardigt. De verkoopprijs van januari 2008, gecorrigeerd voor prijsontwikkeling, vormt een passend uitgangspunt. De rechtbank stelde de waarde van [A-straat 1] vast op €17.624.000 en van [A-straat 1A] op €375.000. Tevens werd belanghebbende als gebruiker aangemerkt ondanks gedeeltelijke leegstand, omdat niet aannemelijk was gemaakt dat het pand geheel leegstond zonder gebruik.
Het hof bevestigt deze overwegingen en oordeelt dat het SPVE als specifieke bijzondere omstandigheid moet worden meegewogen. Het hof wijst erop dat de waardebepaling mag plaatsvinden na de waardepeildatum en dat de verkoopprijs een goede indicatie is. De gebruikersbelasting is terecht geheven omdat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat er geen gebruik was. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.