ECLI:NL:GHAMS:2011:BR5793
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- L.A.J. Dun
- A.E.M. Röttgering
- J.A. Peters
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wedstrijd bij overtreding Wegenverkeerswet en veroordeling voor rijden zonder rijbewijs
De verdachte werd beschuldigd van twee feiten: het besturen van een motorfiets terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd en het houden van een wedstrijd met voertuigen op de openbare weg. Het hof oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om te concluderen dat sprake was van een wedstrijd in de zin van artikel 10 van Pro de Wegenverkeerswet. De gedragingen van de verdachte betroffen hooguit een spontane race zonder organisatie, afspraken of vaststelling van prestaties, wat niet onder het wettelijk verbod valt.
Wel werd wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 19 november 2008 in Amsterdam op de Ceintuurbaan een motorfiets bestuurde terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd en niet was teruggegeven. Dit feit kwalificeert als overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
De politierechter had de verdachte veroordeeld tot een werkstraf, geldboetes en een voorwaardelijke rijontzegging, maar het hof vernietigde het vonnis voor het tweede feit en sprak verdachte daarvan vrij. Voor het eerste feit legde het hof een werkstraf van 30 uur en een geldboete van 350 euro op, met vervangende hechtenis bij niet-betaling of niet-uitvoering.
Het hof motiveerde de strafoplegging mede vanwege het eerdere justitiële verleden van de verdachte en het feit dat hij zich weinig gelegen liet aan verkeersveiligheidsbesluiten. De teruggave van de in beslag genomen motorfiets werd bevolen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het houden van een wedstrijd maar veroordeeld voor het rijden zonder geldig rijbewijs tot een werkstraf en geldboete.