ECLI:NL:GHAMS:2011:BR5836
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.L.G.A. Stille
- J.C.W. Rang
- F.A.A. Duynstee
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen klacht BFT over niet melden ongebruikelijke transacties door notaris
Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) klaagde dat de notaris bij twee transacties in 2004 een melding van ongebruikelijke transacties had moeten doen vanwege een onverklaarde waardestijging en de aard van de transacties. Het hof oordeelde dat de notaris voldoende aannemelijk had gemaakt dat hij geen reden had om aan te nemen dat de overeengekomen prijzen niet reëel waren, mede op basis van een taxatierapport en contacten met de Rabobank.
De waardestijgingen van het onroerend goed vonden plaats binnen een marktcontext die de notaris kon verklaren, zoals het ontbreken van een splitsingsvergunning en voorkeursrechten bij eerdere transacties, en het feit dat het project winstgevend was en al appartementen waren verkocht bij de latere transactie. De financiële afwikkeling en transparantie van de transacties gaven geen aanleiding tot het vermoeden van witwassen of belastingontduiking.
Het hof stelde dat de bewijslast bij het BFT lag om aan te tonen dat de transacties ongebruikelijk waren, en dat de richtsnoeren van de Wet Mot slechts hulpmiddelen zijn zonder bindende status. De notaris hoefde niet te melden omdat hij redelijkerwijs kon aannemen dat er geen ongebruikelijke transacties waren. De klachten van het BFT werden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De klachten van het Bureau Financieel Toezicht tegen de notaris worden ongegrond verklaard.