ECLI:NL:GHAMS:2011:BR6247
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens witwassen en drugsdelicten
De veroordeelde werd veroordeeld voor witwassen, drugsdelicten en overtreding van de Wet wapens en munitie. Het hof behandelde het hoger beroep tegen de ontnemingsvordering van het openbaar ministerie, waarbij het wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld op €56.237.
De veroordeelde handelde sinds zijn zeventiende in auto's, waarbij hij zwarte inkomsten uit deze handel niet aangaf bij de belastingdienst. Deze zwarte inkomsten werden aangewend in het economisch verkeer door aankoop en verkoop van voertuigen, wat witwassen opleverde naast de fiscale delicten. Het hof oordeelde dat deze feiten niet onder artikel 74 AWR Pro vallen, waardoor de ontnemingsvordering ontvankelijk is.
Het financieel rapport toonde een onverklaarbaar vermogen aan van €82.737,31, verminderd met de waarde van een verbeurd verklaarde auto. De fiscale vorderingen werden niet in mindering gebracht vanwege onduidelijkheden en het ontbreken van een volledig overzicht. Het hof legde de verplichting op tot betaling van €56.237 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Het hof legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van €56.237 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.