ECLI:NL:GHAMS:2011:BR6279
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.P.M. van Rijn
- J.P. Kruimel
- J.A. van Horzen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen legesheffing bouwvergunning in twee fasen stadsdeel Amsterdam
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen een aanslag leges voor een bouwvergunning eerste fase, waarbij hij stelde dat de tariefstelling voor een bouwvergunning in twee fasen onredelijk en in strijd met het gelijkheidsbeginsel was. De rechtbank had het bezwaar afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de leges voor de gesplitste aanvraag bijna twee keer zo hoog waren als voor een reguliere aanvraag, terwijl de werkzaamheden vrijwel gelijk zouden zijn. Het hof overwoog dat de gevallen feitelijk niet gelijk zijn omdat de aanvraag in twee fasen een andere procedure volgt en dat het stadsdeel bevoegd is een afzonderlijk tarief vast te stellen. Er is geen sprake van een schriktarief dat aanvragers zou afschrikken.
Het hof stelde vast dat in de uitspraak op bezwaar een rekenfout was gemaakt en dat de aanslag daarom verminderd moest worden van € 5.859,75 naar € 5.274,75. De overige grieven over de onverbindendheid van de verordening werden verworpen. Het hof veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan belanghebbende.
Uitkomst: De aanslag leges wordt verminderd wegens een rekenfout, maar de verordening wordt niet onverbindend verklaard.