ECLI:NL:GHAMS:2011:BR6963
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- J.H. Lieber
- H. van Loo
- B.M. Mens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen opgelegde dwangsommen in echtscheidingszaak over verkoop onroerend goed
In deze zaak stond de vraag centraal of de aan de vrouw opgelegde dwangsommen van € 5.000 per dag tot een maximum van € 250.000 onredelijk hoog en buitenproportioneel waren. De voorzieningenrechter had haar verplicht mee te werken aan de taxatie en verkoop van diverse onroerende zaken die deel uitmaakten van de ontbonden huwelijksgemeenschap.
De vrouw stelde dat haar psychische gesteldheid en beperkte financiële draagkracht het opleggen van zulke hoge dwangsommen onredelijk maakten. De man betwistte dit en wees op de omvangrijke waarde van de ontbonden gemeenschap, waaronder meerdere boerderijen en depots, waarvan de vrouw de helft toekomt.
Het hof oordeelde dat de vrouw onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar psychische en financiële situatie het opleggen van de dwangsommen in de weg stond. De dwangsommen vormden een noodzakelijke prikkel om medewerking af te dwingen, hetgeen ook bleek uit het feit dat zij pas onder dreiging van lijfsdwang tot medewerking was overgegaan.
Daarom werd de grief van de vrouw verworpen en het bestreden vonnis bekrachtigd. Tevens werd zij veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat de opgelegde dwangsommen niet te hoog zijn en noodzakelijk voor naleving.