ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6883
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing kamer gerechtsdeurwaarders over informatieverstrekking en berisping
Klager had meerdere dossiers bij een gerechtsdeurwaarderskantoor lopen vanwege vorderingen van een cliënt. In één dossier was derdenbeslag gelegd, maar klager ontving onvoldoende informatie over de specificaties van de vorderingen en kosten. Ondanks herhaalde verzoeken kreeg klager geen duidelijke uitleg, wat leidde tot een klacht bij de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders.
De voorzitter van de Kamer wees de klacht in eerste instantie af, waarna klager verzet instelde. De Kamer verklaarde het verzet gegrond en legde aan de gerechtsdeurwaarder een berisping op. De gerechtsdeurwaarder ging hiertegen in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam.
Het hof oordeelde dat de gerechtsdeurwaarder onvoldoende adequaat had gereageerd op de hulpvraag van klager en naliet verdere navraag te doen. Dit was nalatig in de zin van artikel 34 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet. Desondanks zag het hof geen aanleiding voor het opleggen van een maatregel, mede omdat het kantoor maatregelen had genomen om toekomstige verwarring te voorkomen en de communicatie met klager inmiddels goed was.
Het hof vernietigde de beslissing van de Kamer, verklaarde de klacht gegrond, maar legde geen maatregel op. De uitspraak werd openbaar gedaan op 4 oktober 2011 door de rolraadsheer.
Uitkomst: Klacht gegrond verklaard, eerdere beslissing vernietigd, maar geen maatregel opgelegd aan de gerechtsdeurwaarder.