ECLI:NL:GHAMS:2011:BT8368
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.J. P.M. Haas
- E.M. Vrouwenvelder
- A. Bijlsma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over proceskostenvergoeding in belastingzaak omzetbelasting
Belanghebbende, een BV, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het tweede kwartaal van 2007, met een boete. Na bezwaar en gedeeltelijke toewijzing door de inspecteur, stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank. De rechtbank kende proceskosten toe, maar belanghebbende ging in hoger beroep tegen de hoogte van deze vergoeding.
Het hof oordeelde dat het hoger beroep gegrond was en vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de proceskostenvergoeding betrof. De zaak werd als licht gekwalificeerd omdat deze niet gecompliceerd of bewerkelijk was, mede omdat het hoger beroep beperkt was tot de hoogte van de proceskostenvergoeding en het beroepschrift summier was. Op basis daarvan stelde het hof de vergoeding lager vast dan de rechtbank had gedaan.
Het hof veroordeelde de inspecteur tot betaling van de proceskosten van belanghebbende voor zowel de eerste aanleg als het hoger beroep en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht. Tegen deze uitspraak staat cassatie open bij de Hoge Raad. De overige onderdelen van de uitspraak van de rechtbank werden bevestigd.
Uitkomst: Het hof stelt de proceskostenvergoeding lager vast en veroordeelt de inspecteur tot betaling van proceskosten en griffierecht.