ECLI:NL:GHAMS:2011:BT8373
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontbinding franchiseovereenkomst door franchisenemer onvoldoende onderbouwd
De franchisenemer [bedrijf A] sloot in 2000 een franchiseovereenkomst met Big Boss Nederland B.V. voor de exploitatie van bouwmarkten onder de Big Boss formule, verlengd tot 2010. In 2007 riep [bedrijf A] de ontbinding van de overeenkomst uit, stellende dat Big Boss tekort was geschoten in haar verplichtingen.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of er gegronde vrees bestond dat Big Boss haar verplichtingen niet zou nakomen, zoals vereist in artikel 6:80 lid 1 sub c BW Pro. [bedrijf A] baseerde haar vrees op het voornemen van Big Boss tot een fusie met een concurrerende formule, Multimate, en stelde dat hierdoor de nakoming van de overeenkomst in gevaar kwam.
Het hof oordeelde dat deze enkele omstandigheid onvoldoende was om gegronde vrees aan te nemen. [bedrijf A] had niet concreet gemaakt welke verplichtingen uit de franchiseovereenkomst Big Boss niet zou nakomen. Ook de stelling dat Big Boss de formule had opgegeven was onvoldoende onderbouwd, mede omdat franchisenemers die niet wilden overstappen de formule konden blijven gebruiken.
Daarmee ontbrak een grondslag voor ontbinding en schadevergoeding. Ook de vordering tegen de bestuurder [A] wegens onrechtmatig handelen faalde. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Utrecht en veroordeelde [bedrijf A] in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de ontbinding van de franchiseovereenkomst niet gegrond is wegens onvoldoende onderbouwing van tekortkoming door Big Boss.