ECLI:NL:GHAMS:2011:BT8401
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R. Veldhuisen
- R.P.P. Hoekstra
- M.E.A. Wildenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake invoer van grote hoeveelheid heroïne en internationale opsporingssamenwerking
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor het medeplegen van de invoer van ongeveer 204 kilogram heroïne in Nederland. Het hof onderzocht uitgebreid de rechtmatigheid van het voorbereidend onderzoek, waarbij internationale samenwerking met Duitsland, Turkije en de Verenigde Staten centraal stond. De verdediging voerde onder meer aan dat er sprake was van illegale samenwerking met de Amerikaanse DEA en dat hierdoor het recht op een eerlijk proces was geschonden.
Het hof oordeelde dat het onderzoek een nationaal onderzoek was met internationale rechtshulp en geen gezamenlijk onderzoek in de zin van artikel 552a Sv. De contacten met buitenlandse opsporingsinstanties, waaronder de DEA, vonden plaats binnen de geldende regelingen en waren voldoende verantwoord. Er was geen sprake van onrechtmatigheden die het procesrecht van de verdachte hadden geschonden. Het bewijs bestond uit observaties, inbeslagnames, afgeluisterde telefoongesprekken en deskundigenrapporten.
De inhoud van de telefoongesprekken toonde aan dat de verdachte een coördinerende rol had bij het transport van de heroïne, waarbij hij instructies gaf aan medeverdachten. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar, waarbij rekening werd gehouden met zijn rol en eerdere strafrechtelijke onbesprokenheid. Tevens werden de in beslag genomen heroïne en muziekapparatuur onttrokken aan het verkeer en verbeurd verklaard.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor medeplegen invoer van 204 kilogram heroïne.