ECLI:NL:GHAMS:2011:BT8690
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontheffing steiger omvat ook privaatrechtelijk gebruik van water en waterbodem
In deze civiele zaak stond centraal of een ontheffing verleend in 1984 voor het maken en hebben van een steiger tevens privaatrechtelijke toestemming inhield voor het gebruik van het onderliggende water en de waterbodem. Het Hoogheemraadschap vorderde verwijdering van de steiger, stellende dat er geen recht of titel bestond voor het gebruik van haar eigendom.
Het hof stelde vast dat het Hoogheemraadschap in eerste aanleg niet had aangevoerd dat er een bestaande privaatrechtelijke gebruiksovereenkomst was opgezegd, en dat de rechtbank buiten de rechtsstrijd was getreden door dit als grondslag te gebruiken. De ontheffing uit 1984 en de daaraan verbonden algemene voorwaarden bevatten bepalingen met privaatrechtelijk karakter, wat erop wijst dat de ontheffing ook het privaatrechtelijke gebruik omvat.
Daarnaast bleek uit het feit dat de appellant en anderen jarenlang gebruik maakten van de steiger zonder dat het Hoogheemraadschap dit als onrechtmatig bestempelde, dat er sprake was van een gedoogd gebruik. De brief van het Hoogheemraadschap uit 2010 vormde geen intrekking van de ontheffing. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Haarlem en wees de vorderingen van het Hoogheemraadschap af, met veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van het Hoogheemraadschap tot verwijdering van de steiger wordt afgewezen omdat de ontheffing ook privaatrechtelijke toestemming geeft voor het gebruik van het water en de waterbodem.