ECLI:NL:GHAMS:2011:BT8699
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- C.A. Joustra
- H.J.M. Boukema
- Rechtspraak.nl
Onderhuurder onzelfstandige woning heeft geen huurrechten jegens verhuurder
In deze civiele procedure stond centraal of de woning die appellant als onderhuurder bewoont op de derde en vierde verdieping van een pand te Amsterdam kwalificeert als zelfstandige woning in de zin van artikel 7:234 BW Pro. Indien dit het geval zou zijn, zou appellant op grond van artikel 7:269 lid 1 BW Pro huurder van verhuurder Amstelimmo zijn geworden.
De feiten zijn onbetwist: Amstelimmo is eigenaar van het pand en appellant woont sinds 1996 als onderhuurder van wijlen de heer V. op de derde en vierde verdieping. De kern van het geschil betrof de vraag of de overloop op de tweede verdieping, die toegang geeft tot de woning van appellant, een gemeenschappelijke ruimte is of onderdeel van de woning van wijlen V.
Het hof oordeelde dat de overloop geen gemeenschappelijke ruimte is, omdat vier afsluitbare deuren van de woning van wijlen V. op deze overloop uitkomen en er geen splitsing is beoogd bij verhuur. De overloop kan niet als zelfstandige toegang tot een aparte woning worden beschouwd. Hierdoor is de woning van appellant geen zelfstandige woning en heeft hij geen huurrechten tegenover Amstelimmo.
De grieven van appellant dat sprake is van een zelfstandige woning faalden, evenals andere bezwaren. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant tot ontruiming en betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt appellant tot ontruiming van de woning wegens het ontbreken van zelfstandige huurrechten.