ECLI:NL:GHAMS:2011:BU2086
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Berisping gerechtsdeurwaarder wegens belangenverstrengeling bij dagvaarding maatschap
De gerechtsdeurwaarder bracht op 13 januari 2010 een dagvaarding uit namens de maatschap waarvan hij deel uitmaakt, gericht tegen een BV voor een openstaande factuur. De BV stelde dat de dagvaarding nietig was omdat de gerechtsdeurwaarder zichzelf als partij had gedagvaard, wat verboden is volgens artikel 3 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet en de beroeps- en gedragsregels.
De kantonrechter oordeelde dat de dagvaarding rechtsgeldig was en wees het verzet van de BV af. De Kamer voor gerechtsdeurwaarders verklaarde echter het verzet gegrond en legde een maatregel op aan de gerechtsdeurwaarder wegens het handelen in strijd met de tuchtrechtelijke normen.
Het hof bevestigde dat het uitbrengen van een dagvaarding namens de eigen maatschap neerkomt op het dagvaarden van zichzelf, wat niet is toegestaan. Hoewel de gerechtsdeurwaarder stelde dat een maatschap geen rechtspersoon is en hij geen directeur is, verwierp het hof dit verweer. Het hof vernietigde de eerdere maatregel en legde een berisping op, met de waarschuwing dat bij herhaling zwaardere maatregelen kunnen volgen.
Uitkomst: De gerechtsdeurwaarder kreeg een berisping opgelegd wegens het uitbrengen van een dagvaarding namens zijn eigen maatschap, in strijd met artikel 3 van de Gerechtsdeurwaarderswet.