ECLI:NL:GHAMS:2011:BU2095
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- S. Clement
- J.D.L. Nuis
- J.H. de Graaf
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit handel in hennepstekken
De veroordeelde is bij eerdere vonnissen veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet, met betrekking tot de handel in hennepstekken. De rechtbank Alkmaar wees de ontnemingsvordering af, omdat de verkoop van hennepstekken niet als wederrechtelijk voordeel werd aangemerkt. Het openbaar ministerie stelde hiertegen hoger beroep in.
Het hof overwoog dat de ontnemingsmaatregel zuiver reparatoir is en dat fiscale heffing buiten beschouwing moet blijven bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De bedrijfskosten van de growshop worden niet in aftrek gebracht, omdat deze kosten worden beschouwd als bestedingen van opbrengsten uit de illegale handel. De verkoop van legale goederen leverde geen winst op en genereerde geen vervolgprofijt.
Op basis van kasboeken en agenda’s werd het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €170.167. De raadsman voerde aan dat de prijs per stek sterk fluctueerde en dat de bedrijfskosten in mindering moesten worden gebracht, maar het hof verwierp deze stellingen. Ook matiging van het bedrag werd afgewezen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en legde de veroordeelde de verplichting op tot betaling van €170.167 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €170.167 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.