ECLI:NL:GHAMS:2011:BU3398
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.L.R. Wefers Bettink
- G.P.M. van den Dungen
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Uitleg pensioenovereenkomst over startdatum pensioenopbouw bij collectieve regeling
De zaak betreft een geschil over de interpretatie van een pensioenovereenkomst tussen een werknemer en zijn werkgever, GlaxoSmithKline B.V. (GSK). De werknemer was deelnemer aan een oude pensioenregeling (SB-pensioenregeling) en trad met terugwerkende kracht toe tot een nieuwe collectieve directiepensioenregeling van GSK. De kern van het geschil is de vraag vanaf welke datum de pensioenopbouw in de nieuwe regeling moet worden berekend: de feitelijke datum van indiensttreding van de werknemer of een fictieve datum die later ligt.
De werknemer stelde dat hij mocht verwachten dat zijn pensioenjaren uit de oude regeling onverkort zouden worden meegenomen in de nieuwe regeling, gebaseerd op verstrekte pensioenoverzichten en communicatie van GSK, Nationale Nederlanden en pensioenadviseur Towers Perrin. GSK stelde dat de pensioenopbouw moest worden berekend vanaf een fictieve datum, conform de pensioenovereenkomst die expliciet deelname vanaf 1 januari 2001 vermeldt.
Het hof overwoog dat de pensioenovereenkomst en de bijbehorende communicatie duidelijk maken dat de werknemer bewust heeft gekozen voor waardeoverdracht waarbij de jaren die in de nieuwe regeling kunnen worden ingekocht met de overgedragen waarde bepalend zijn. De verstrekte overzichten met de feitelijke datum van indiensttreding bevatten een voorbehoud en wekten geen gerechtvaardigd vertrouwen dat de pensioenjaren onverkort zouden worden meegenomen. De vorderingen van de werknemer werden daarom afgewezen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer worden afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.