ECLI:NL:GHAMS:2011:BU3680
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake weigering teruggaaf omzetbelasting bij schijntransacties zonder economische realiteit
Belanghebbende, een onderneming die administratieve en fiscale diensten verleent, had facturen uitgereikt aan drie afnemers met financiële problemen die allen een BKR-notering hadden. De facturen betroffen hoge bedragen inclusief omzetbelasting, maar de afnemers hadden de rekeningen niet betaald en er was nauwelijks werk verricht. Het Hof concludeerde dat de transacties geen economische realiteit hadden en dat de facturen als schijnhandelingen moesten worden aangemerkt.
Belanghebbende had verzoeken om teruggaaf van omzetbelasting ingediend, waarvan één verzoek te laat was en twee terecht waren afgewezen omdat de vorderingen van meet af aan oninbaar waren. Het Hof overwoog dat het creëren van een recht op aftrek via deze facturen frauduleus was en dat de omzetbelasting op grond van artikel 37 Wet Pro OB verschuldigd bleef. De verzoeken om teruggaaf konden niet worden gehonoreerd.
De rechtbank had eerder de beroepen deels gegrond verklaard, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en verklaarde de beroepen ongegrond. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. Het Hof wees erop dat het aan belanghebbende was om tijdig kennis te nemen van de financiële positie van haar debiteuren en dat de fiscale regelgeving strikt moest worden toegepast om misbruik te voorkomen.
Uitkomst: Het hof verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt dat de teruggaaf van omzetbelasting terecht is geweigerd wegens schijntransacties zonder economische realiteit en tijdige indiening van verzoeken.