ECLI:NL:GHAMS:2011:BU3985
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- C.A. Joustra
- M.E. Burger
- Rechtspraak.nl
Geen wijziging niet-wijzigingsbeding bij substantiële inkomensdaling ondernemer
Partijen zijn in 1998 gehuwd en hebben drie kinderen. Na hun echtscheiding in 2006 sloten zij een convenant met een niet-wijzigingsbeding voor de alimentatie van de vrouw, gebaseerd op het bruto inkomen van de man van circa €44.500 per jaar.
De man, zelfstandig ondernemer, zag zijn inkomen aanzienlijk dalen tot circa €18.000 in 2010 en verzocht de alimentatie te verlagen. De rechtbank wees dit af en het hof bevestigde deze beslissing. Het hof overwoog dat ondanks de inkomensdaling geen volkomen wanverhouding is ontstaan tussen de oorspronkelijke afspraken en de huidige situatie.
Het hof nam mee dat partijen destijds een definitieve regeling wilden, waarbij de vrouw in redelijke financiële welstand zou blijven. De man had voldoende zekerheid willen bieden en was zich bewust van de risico's van ondernemerschap. De aanwezigheid van een nieuwe partner en kind bij de man was niet relevant voor de beoordeling.
De stelling van de man dat hij onvoldoende geïnformeerd was door de mediator werd verworpen wegens gebrek aan onderbouwing. Het hof concludeerde dat de man aan het niet-wijzigingsbeding gehouden blijft en bekrachtigde de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en wijst het verzoek tot verlaging van de alimentatie af.