ECLI:NL:GHAMS:2011:BU6388
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat ING wijziging leaseautoregeling niet zonder zwaarwichtig belang mocht doorvoeren
In deze zaak stond de vraag centraal of ING de leaseautoregeling, die aan bepaalde werknemers een recht op een leaseauto gaf, eenzijdig mocht wijzigen. De werknemers, die vóór 1 september 2002 in functieschaal 12 werkzaam waren en aanspraak hadden op een leaseauto, vorderden dat ING hen onder de gebruikelijke voorwaarden een leaseauto zou blijven verstrekken. ING had het overgangsbeleid beëindigd en stelde dat het recht op een leaseauto geen arbeidsvoorwaarde was en dat zij een zwaarwichtig belang had om de regeling te wijzigen.
De kantonrechter oordeelde dat de leaseautoregeling geacht moest worden te zijn geïncorporeerd in de arbeidsovereenkomst en dat ING geen zwaarwichtig belang had om de regeling te wijzigen. Het hof bevestigde dit oordeel en stelde dat ook indien de leaseauto geen arbeidsvoorwaarde zou zijn, ING slechts onder zeer bijzondere omstandigheden de toezegging mocht intrekken. Het hof vond dat ING onvoldoende financieel inzicht had gegeven en dat het belang van de werknemers bij het behoud van de leaseauto zwaarwegend was.
Het hof overwoog voorts dat het onderscheid tussen werknemers met en zonder overgangsregeling niet onaanvaardbaar ongelijk was en dat de belangenafweging in het voordeel van de werknemers uitviel. ING werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep en het bestreden vonnis werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat ING de leaseautoregeling niet zonder zwaarwichtig belang mocht wijzigen en veroordeelt ING in de kosten van het hoger beroep.