ECLI:NL:GHAMS:2011:BU6932
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.J. Noordhuizen
- C.C. Meijer
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt geldlening en verwerpt vernietiging schuldbekentenis
In deze civiele zaak draait het om een geldlening van in totaal €7.600 die [Geïntimeerde] aan [Appellante] heeft verstrekt. [Geïntimeerde] heeft dit onderbouwd met bankafschriften, een handgeschreven schuldbekentenis en een gedetailleerde uiteenzetting van de omstandigheden en het doel van de lening. [Appellante] heeft aanvankelijk ontkend geld te hebben geleend en de authenticiteit van de schuldbekentenis betwist.
De rechtbank had [Appellante] veroordeeld tot betaling van €6.600 plus wettelijke rente en proceskosten, omdat zij onvoldoende gemotiveerd verweer voerde tegen de stellingen van [Geïntimeerde]. In hoger beroep betoogde [Appellante] dat bij vernietiging van de schuldbekentenis de vordering niet meer zou kunnen worden bewezen. Het hof oordeelde echter dat ook zonder de schuldbekentenis de overige bewijsstukken en stellingen van [Geïntimeerde] voldoende waren om de lening aannemelijk te maken.
Het hof benadrukte dat van [Appellante] meer verweermateriaal mocht worden verwacht dan een blote ontkenning en een beroep op vernietiging van de schuldbekentenis. Omdat zij dit niet heeft geleverd, werd het vonnis bekrachtigd en werd zij veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. De uitspraak bevestigt de omvang van de lening en de verplichting tot terugbetaling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt [Appellante] tot terugbetaling van de lening en betaling van proceskosten.