ECLI:NL:GHAMS:2011:BU7792
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake oproeping derden op grond van artikel 118 Rv
In deze zaak zijn Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V. en Martanair Holland N.V. samen met Société Air France in hoger beroep gekomen tegen een tussenbeslissing van de rechtbank Amsterdam. De rechtbank had geoordeeld dat artikel 118 Rv Pro geen rechtsgrond biedt om derden als medegedaagden in de procedure te betrekken en weigerde de oproeping van zeventien luchtvaartmaatschappijen als gedaagde partijen toe te laten.
KLM c.s. stelden dat deze derden hoofdelijke aansprakelijkheid dragen en dat hun verweer wordt belemmerd indien deze partijen niet in de hoofdzaak worden betrokken. Het hof overwoog dat de beslissing van de rechtbank een tussenbeslissing betreft en dat hoger beroep tegen deze beslissing niet tussentijds kan worden ingesteld, tenzij bij uitdrukkelijk dictum of toepassing van artikel 337 lid 1 Rv Pro, wat hier niet het geval is.
Het hof oordeelde dat KLM c.s. niet-ontvankelijk zijn in het hoger beroep en dat zij de derden kunnen betrekken in vrijwaring of in een afzonderlijk geding. De kosten van het hoger beroep worden aan KLM c.s. opgelegd omdat zij in het ongelijk zijn gesteld.
Uitkomst: KLM c.s. worden niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de tussenbeslissing van de rechtbank.