ECLI:NL:GHAMS:2011:BU8166

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
29 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
106.002.177/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting hoger beroep na jarenlang stilzitten ondanks voldoening aan vonnis

Bij het bestreden vonnis had de kantonrechter de huurovereenkomsten tussen partijen ontbonden en appellant veroordeeld tot betaling van diverse bedragen. Appellant kwam in hoger beroep, maar de procedure werd ambtshalve doorgehaald vanwege jarenlang geen proceshandeling. Na verzoek van appellant werd de zaak opnieuw op de rol geplaatst en nam hij een memorie van grieven.

Geïntimeerden stelden in het incident dat appellant niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat hij volledig aan het vonnis had voldaan en meer dan vijf jaar stil had gezeten, waardoor zij mochten aannemen dat het beroep niet werd voortgezet. Zij voerden ook aan dat voortzetting in strijd was met redelijkheid en billijkheid vanwege verlies van bewijsmiddelen.

Het hof oordeelde dat het voldoen aan het vonnis en het stilzitten niet voldoende waren om te concluderen dat appellant definitief had afgezien van het beroep. Er waren geen bijkomende omstandigheden die dat anders maakten. Geïntimeerden mochten niet aannemen dat het beroep was afgedaan en hadden zelf geen procesmiddelen ingezet om het beroep te beëindigen.

Voortzetting van het beroep was niet onaanvaardbaar of strijdig met een goede procesorde, ook niet vanwege mogelijk verloren bewijsmiddelen. Het hof wees het incident af, veroordeelde geïntimeerden in de kosten van het incident en verwees de zaak naar de rol voor memorie van antwoord.

Uitkomst: Het hof wijst het incident af en bepaalt dat het hoger beroep kan worden voortgezet ondanks jarenlang stilzitten en voldoening aan het vonnis.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM
ELFDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER
ARREST
in de zaak van:
[Appellant],
wonend te [ S ], gemeente [ O ],
appellant in de hoofdzaak, verweerder in het incident,
advocaat: mr. A. Glijnis, te Alkmaar,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
REPLA B.V.,
gevestigd te Alkmaar,
2. [Geïntimeerde 2],
wonend te [ A ],
geïntimeerden in de hoofdzaak, eisers in het incident,
advocaat: mr. A. de Groot, te Alkmaar,
1. Het geding in hoger beroep
Bij dagvaarding van 22 oktober 2004 is appellant in hoger beroep gekomen van een tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Alkmaar (sector kanton, locatie Hoorn) van 26 juli 2004 (nummer 151284 CV EXPL 03-3179).
De zaak is op de rol van 19 juli 2007 ambtshalve doorgehaald.
Appellant heeft verzocht de zaak op de rol van 2 augustus 2011 te plaatsen en heeft op die roldatum een memorie van grieven genomen.
Geïntimeerden hebben bij afzonderlijke memorie een incidentele vordering ingesteld.
Appellant heeft geantwoord in het incident.
Ten slotte is arrest gevraagd in het incident.
2. Geschil
2.1 Bij het bestreden vonnis heeft de kantonrechter onder meer voor recht verklaard dat de huurovereenkomsten tussen partijen met betrekking tot twee bedrijfsruimten zijn ontbonden, onder veroordeling – uitvoerbaar bij voorraad – van appellant tot betaling van diverse bedragen.
2.2 Geïntimeerden hebben in het incident gevorderd dat het hof appellant niet-ontvankelijk zal verklaren in het beroep. Zij voeren daartoe in hoofdzaak aan dat appellant volledig aan het bestreden vonnis heeft voldaan en meer dan vijf jaar heeft stilgezeten, waaruit zij mochten afleiden dat appellant het beroep niet zou voortzetten. Voortzetting van het beroep achten zij ook in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Zij menen dat zij onredelijk worden benadeeld in hun processuele mogelijkheden omdat als gevolg van de veronderstelling dat de zaak was afgedaan, bewijsmiddelen verloren zijn gegaan.
2.3 Appellant heeft uitleg gegeven over het tijdsverloop en verweer gevoerd.
3. Beoordeling
3.1 De omstandigheid dat appellant heeft voldaan aan de bij het bestreden vonnis uitgesproken veroordelingen, die uitvoerbaar bij voorraad zijn verklaard, en het feit dat hij in hoger beroep jarenlang geen proceshandeling heeft verricht, zijn niet voldoende om het vertrouwen te rechtvaardigen dat appellant definitief had afgezien van voortzetting van het beroep. Bijkomende omstandigheden die dat anders maken, zijn niet of niet voldoende gesteld of gebleken.
3.2 Waar geïntimeerden niet het gerechtvaardigd vertrouwen mochten hebben dat appellant had afgezien van het beroep en zij zelf geen gebruik hebben gemaakt van de hen ter beschikking staande processuele middelen om te komen tot voortzetting of een definitief einde van het beroep, is er onvoldoende reden om voortzetting van het beroep door appellant naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar of in strijd met de eisen van een goede procesorde te achten. Dat geldt ook indien juist is dat bewijsmiddelen verloren zijn gegaan door de veronderstelling dat de zaak was afgedaan. Voor die veronderstelling is immers geen voldoende rechtvaardiging gegeven. Overigens kan het hof bij de inhoudelijke behandeling van de zaak rekening houden met een mogelijk verlies aan bewijsmiddelen, indien daartoe reden is.
3.3 Als de in het ongelijk te stellen partij zullen geïntimeerden de kosten van dit incident dienen te dragen. Voor een hoofdelijke veroordeling in de kosten is onvoldoende grondslag gesteld of gebleken.
3.4 Het hof zal de zaak verwijzen naar de rol voor memorie van antwoord.
4. Beslissing
Het hof:
in het incident
- wijst de vorderingen af;
- verwijst – uitvoerbaar bij voorraad – geïntimeerden in de proceskosten van het incident en begroot die kosten, voor zover aan de kant van appellant gevallen, op € 894,- voor salaris van de advocaat;
in de hoofdzaak
- verwijst de zaak naar de rol van 10 januari 2012 voor memorie van antwoord;
- houdt elke verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. W.J.J. Los, W.J. van den Bergh en G.C.C. Lewin en in het openbaar door de rolraadsheer uitgesproken op 29 november 2011.