ECLI:NL:GHAMS:2011:BU8959
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt totstandkoming overeenkomst bouw woonark ondanks vrijblijvende offerte
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of tussen partijen een overeenkomst tot stand was gekomen voor de bouw van een woonark. De appellant had een offerte van de geïntimeerde ontvangen waarin het woord 'vrijblijvend' was opgenomen. Het hof oordeelde dat dit woord niet meebrengt dat de offerte geen aanbod is, maar verwees naar de wettelijke mogelijkheid tot herroeping van het aanbod. De bijschrijvingen van appellant op de offerte werden niet als een nieuw aanbod aangemerkt.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat appellant niet was geslaagd in haar bewijs dat de offerte slechts een intentieverklaring was en dat de daadwerkelijke opdracht pas met ondertekening van de bouwtekening zou worden gegeven. Het hof bevestigde dit oordeel en verwierp het beroep op dwaling. Uit e-mailcorrespondentie bleek bovendien dat appellant de overeenkomst niet wilde nakomen.
De uitspraak benadrukt dat de tekst van de begeleidende brief, de offerte en de algemene voorwaarden gezamenlijk leiden tot de conclusie dat een bindende overeenkomst tot stand is gekomen. Het hof stelde dat de appellant redelijkerwijs moest begrijpen dat zij door ondertekening van de offerte het aanbod aanvaardde. De zaak werd aangehouden voor nadere toelichting op de schadeposten, maar het principiële oordeel over de totstandkoming van de overeenkomst bleef ongewijzigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat een bindende overeenkomst tot stand is gekomen en dat appellant tekortschiet in de nakoming.