ECLI:NL:GHAMS:2011:BU9088
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake bewijslevering en exploitatiekosten taxi tussen partijen
In deze civiele zaak vordert [Geïntimeerde] betaling van exploitatiekosten en verkeersboetes van de taxi, alsmede teruggave van zijn boekhouding over 2003 en 2004. De rechtbank wees een deel van de vorderingen toe, maar oordeelde dat [Appellante] niet had bewezen de boekhouding te hebben geretourneerd.
[Appellante] ging in hoger beroep tegen de toewijzing van de exploitatiekosten en het oordeel over de bewijslevering omtrent de boekhouding. Het hof oordeelde dat de schriftelijke overeenkomst waarin de kostenverdeling was vastgelegd, dwingend bewijs opleverde en dat [Appellante] geen tegenbewijs had geleverd. Haar stellingen over andere afspraken werden onvoldoende onderbouwd.
Met betrekking tot de boekhouding concludeerde het hof dat de verklaringen van [Appellante] en haar stiefzoon onvoldoende en deels tegenstrijdig waren. Er ontbrak steunbewijs en de stiefzoon kon niet bevestigen dat het tasje met papieren daadwerkelijk in de brievenbus van [Geïntimeerde] was gedaan. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis dat [Appellante] niet in haar bewijsopdracht was geslaagd.
De grieven van [Appellante] faalden en zij werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken door het gerechtshof Amsterdam op 27 september 2011.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat [Appellante] aansprakelijk is voor de helft van de exploitatiekosten en dat zij niet heeft bewezen de boekhouding te hebben geretourneerd.